De Tafel

Hoe zal 2014 in de toekomstige analen der etymologische beleidsterminologie verschijnen? Een pre-decentralisatiejaar? Een pro-transitiejaar? Een contra-transformatiejaar? Het Slotjaar Van Het Verzorgingsstatelijke Ancien Régime? Het Startjaar Van De Lokale Verzorgingsstaat? We zullen geduld moeten betrachten. Maar als 2014 ook maar een fractie van het legendarische gehalte krijgt dat het IPW nu al toedicht aan de opvolger van 2014 (2015), dan zal een deel van die legendarische zweem afstralen op 2014. Kortom, een bijzonder jaar waarin tal van nieuwe begrippen het levensjaar zag, of substantiële betekenis kreeg. Het aantal nieuwe woorden en betekenissen dat de publieke zaak in mist hulde, maar ook verfraaide, was van dien aard, dat we er een speciaal Decentralisatielexicon aan wijden in Zorg en Welzijn.

Wat rest is het benoemen van De Beleidsterm van Het Jaar of #BTvhJ, voor onze twittervrienden. Zoals ieder jaar is de jury vanaf de herfst bezig geweest met het samenstellen van een groslijst waarover niet gecorrespondeerd kan worden, en waar het uiteraard zeer moeilijk uit kiezen was. De jury lette dit jaar op het goede (hebben we er iets aan?), het ware (is de term niet zelf verzonnen?) en het schone (kan de term de esthetische toets der kritiek doorstaan?) van de beleidsterm. Vele pareltjes sierden vervolgens de groslijst. Wat dacht u bijvoorbeeld van:

Vaatdoekje: Bron van bacteriën, drager van volksepidemieën, dient volgens Minister van Volksgezondheid iedere dag verschoont te worden.

Ontdubbelen: Beleidsjargon voor zaken niet dubbel doen, en zeker niet tegelijkertijd.

Brug-ww: Een soort van WW die de brug tussen WW en werk moet vormen. Een WW-brug, zeg maar.

Zelfparticipatie: samentrekking van zelfredzaamheid en participeren. Schoolvoorbeeld van doorgeslagen beleidsretoriek.

Meester-gezel systeem: Door Koning in troonrede als innovatie gepresenteerde eeuwenoude leermethodiek.

Doucherecht: Recht om te mogen douchen in een huis waar je woont om verzorgd te worden.

Loketvaardig: Bureaucratische term die het mogelijk maakt om het slecht functioneren van publieksdiensten op burgers af te schuiven.

Schijnzelfstandige: Iemand die volgens de belastingdienst zelfstandig schijnt te zijn.

Bestedingslicht: De plicht voor gemeenten om geld uit te geven dat ze van het Rijk krijgen onder het mom van “meer ruimte voor de gemeente”

Exclusiecriteria: Criterium dat er voor zorgt dat de sterftecijfers van ziekenhuizen die geen sterftecijfers kunnen produceren niet meetellen bij het vaststellen van de sterftecijfers, dan wel de “alternatieve sterfte cijfers” (ook bijna op de groslijst).

Maar als er één term uitspringt in 2014 dan is het wel de term “Tafel”. U nomineerde allerlei soorten en maten tafels. Keukentafels, WMO-tafels, WMO-keukentafels, Regietafels, Regiotafels, Aanbestedingstafels, Zorgtafels, Inkooptafels, Overlegtafels, Decentralisatietafels, Wetgevingstafels, Participatietafels, Buurttafels, Wijktafels. Alleen de rijsttafel ontbrak.

Dat deed de jury besluiten om verdere studie te verrichten naar de term “tafel”. Waarom zo’n overweldigende hoeveelheid tafels in het publieke domein in 2014? Laten we terug gaan in de geschiedenis. De Romeinen gebruikten het woord Tabula (latijn). Daar stamt ons woord Tafel vermoedelijk van af. We kennen het natuurlijk van Tabula Rasa. Een leeg vlak dat nog ingevuld kan worden. Zo is ongetwijfeld door een aantal publieke professionals tegen de decentralisaties aangekeken, maar dat bleek al snel niet met de werkelijkheid overeen te stemmen.

De tafel is historisch vooral bekend geworden door Koning Arthur en zijn beroemde ridders die samen kwamen aan een ronde tafel. Die tafel was rond omdat dan niemand aan het hoofd kon zitten. De tafel drukte zogezegd de gelijkwaardigheid van de gesprekspartners uit. Ieder inbreng deed er toe. (Wat de jury zich deed afvragen of de WMO-keukentafels ook rond zijn, maar dat terzijde).

Dat ideaal is verder gestold in de vele “ronde-tafel”-conferenties die overal ter wereld, alsmede hier ter lande, gehouden worden. Dat ideaal verklaart volgens de jury tevens de opmars van het begrip tafel. Immers, in de ongekende belangenstrijd die we de decentralisaties noemen, vinden zorgaanbieders, zorgvragers, gemeenten, verzekeraars, de Rijksoverheid, welzijnsinstellingen, etc het waarschijnlijk een fijn idee dat niet een partij de volledige regie in handen heeft. De tafel helpt bij het in stand houden van die illusie.

Om een lang verhaal kort te maken: de jury heeft de mooiste genomineerde tafel uitgekozen. Het is daarom met verwondering, verbazing en uit liefde voor de publieke zaak dat de Jury als beleidsterm 2014 benoemt:

Brede Regietafel Jeugd

Het is niet zomaar een tafel! Het is een brede tafel (er kunnen veel mensen aan zitten), het is een Regietafel (daarom is de tafel waarschijnlijk niet rond, maar breed. Er zit een “hoofd” aan de tafel) en het gaat ergens over aan de tafel! (jeugd).

Wij feliciteren wederom Maarten Bening met het nomineren van de term. Het IPW-verrassingspakket zal snel (echt!) naar je toekomen!