En we kennen ze allemaal.

Als ze niet gemotiveerd zijn gaan ze de schuldhulpverlening natuurlijk nooit volhouden.

Leuk dat zij dit zelf wil maar wat als dit niet lukt? Dan wordt het de zoveelste teleurstelling.

Mijn kinderen gaan ook gewoon op de fiets naar de sportclub, waarom zouden deze kinderen dat niet ook kunnen?

Er komen hier zoveel mensen die een huis met een tuin willen. Hoe weten we zeker dat ze echt hoogtevrees heeft? 

Als meneer zelf niet zorgt dat hij afkickt kunnen we hem natuurlijk niet helpen. 

Moeder wil altijd van alles voor haar kinderen. Als we haar nu dit geven wil ze volgende week weer wat anders.

Kan ze niet gewoon aan haar netwerk vragen om haar kinderen naar school te brengen?

Vader ligt de hele dag op de bank bier te drinken, dus die kan eerst zelf wel eens wat gaan doen voordat we huishoudelijke hulp inzetten.

Maar hoe weten we zeker dat als we nu dit voor hem doen hij niet weer terugvalt?

Het is niet onze taak om met hem mee te gaan naar het intake in-take gesprek.

Als we mensen hun schulden oplossen komen ze met busladingen naar het stadhuis toe. Dat moeten we niet willen.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar wil ik graag dat het hier stopt. Ik wil dat we stoppen met de honderdduizend argumenten die gebruikt worden om mensen niet te hepen.

Niet alleen omdat we er niemand mee helpen. Ook omdat de argumenten vaak nergens op slaan. Ze klinken goed en logisch, maar zijn slecht onderbouwd. Ze vermengen persoonlijke meningen met beleidsmatige abstracties en gaan voorbij het belang van maatwerk.

Zo weten we bijvoorbeeld niet hoeveel gemotiveerde en ongemotiveerde mensen succesvol een schuldsaneringstraject hebben afgerond. Dat is nog nooit onderzocht. Toch is het de belangrijkste reden om mensen niet toe te laten tot de schuldsanering. Waar baseren we dat op?

En waarom verwijten we een moeder die heel weinig heeft dat ze veel voor haar kinderen wil? Laten we dat koesteren in plaats van te vermengen met het belang om meer gebruik van netwerk te maken. En laten we zorgen dat haar kinderen weer naar school gaan in plaats van ons druk te maken over de vraag of ze nu te veel of te weinig vraagt. Om nog maar te zwijgen over de kinderen die thuiszitten om dat we er niet uitkomen wiens taak het is een uitzondering op het gebied van leerlingevervoer te regelen…

Kortom; hoe komen we van deze honderdduizend anti-argumenten af? Wij gaan de komende tijd bij ieder anti-argument dat we horen netjes vragen: ‘oké, maar wat gaan we dan wel doen om dit gezin te helpen?’ Doet u Mee?

Harry Kruiter Actieonderzoeker bij het Instituut voor Publieke Waarden.

Deze column verscheen in november in de papieren Zorg+Welzijn