Wij komen steeds vaker hulpverleners tegen die, “het er niet mee eens zijn”. Vaak gaat het dan om hoge fraudevorderingen of bijvoorbeeld de kostendelersnorm. Dit zijn regels die op rijksniveau zijn bedacht en die de gemeente moet uitvoeren. Maar het kan ook gaan om lokale regels en procedures waar hulpverleners het niet mee eens zijn: de uitspraak van urgentiecommissie, het gebrek aan beschikbare sociale huurwoningen of de toegang tot wmo-voorzieningen.

Hulpverleners zijn het vaak niet eens met besluiten als de algemene regel niet goed past op de situatie van het individu. De ergernis die hieruit voortkomt levert de juiste energie om op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen. Of gewoon om uit te zoeken of de beslissing echt wel klopt. Gezonde argwaan is nodig om tijdig vast te stellen of algemene regels wel echt van toepassing zijn op de individuele situatie. Dit noemen wij het vaststellen van de legitimiteit achter de legitimiteit. Welke bedoeling heeft de wetgever of gemeente met deze regel of beslissing? En pakt de regel ook uit volgens de bedoeling, in dit specifieke gezin? Deze houding helpt op tijd onbedoelde effecten recht te zetten en de logica voor veel gezinnen te herstellen

Tegelijkertijd zien we ook veel problemen ontstaan; juist rond die regels waar hulpverleners het niet mee eens zijn. Zo zagen we hulpverleners die met een oom mee zaten te klagen. Het was toch belachelijk dat hij er 300 euro per maand op achter uit zou gaan als hij zijn thuisloze neef tijdelijk zou laten logeren? Hoeveel oom en neef er samen precies op achteruit zouden gaan, en waarom werd niet uitgezocht. Ze ontwikkelden geen alternatief plan en de vraag of oom en neef er tijdelijk 300 euro per maand voor over zouden hebben werd ook niet gesteld. De vraag of de neef zijn oom kon compenseren evenmin. De ergernis over de regel leidt er toe dat er geen plan wordt ontwikkeld.

Dat dit gebeurt is op zich niet zo vreemd. Hulpverleners moeten dagelijks omgaan met de klassieke vraag wie ze vertegenwoordigen: het gezin, of de verzorgingsstaat? Dit duivelse dilemma wordt groter als het om negatieve maatregelen (korten op uitkering) of sancties (fraudevorderingen) gaat. Want wat moet je als hulpverlener als een gezin niet aan de inlichtingenplicht heeft voldaan? En als de vordering plus boete zo hoog is dat het gezin minimaal tien jaar op 90% van het minimum moet gaan aflossen? Ga je ze dan uitleggen dat dit de juiste straf voor hun en hun kinderen? Omdat fraude niet mag lonen? Of knijp je liever een oogje toe?

Een ding is wel duidelijk: zolang politici gepolariseerd over fraude en handhaving blijven praten en onverwachte effecten van beleid ontkennen, zadelen ze uitvoerders met ingewikkelde dilemma’s op. Omdat de straat altijd ingewikkelder is dan de politieke werkelijkheid in Den Haag. Wij voorspellen dat dat dit jaar leidt tot een debat over de vraag of toezicht-en handhaving ook aan de wijkteams toegevoegd moet worden. U kunt nu vast gaan nadenken of u het daarmee eens bent.

Auteur(s):  Harry Kruiter, Eelke Blokker, Cher Steinfeld, AJ Kruiter, Renée Frissen, Bram Eidhof

Gepubliceerd in:  Zorg en Welzijn

Datum van publicatie:  7 maart 2016