U, beste lezers, en wij IPW-ers verschillen behoorlijk. We hebben een andere opvoeding genoten. We zijn opgegroeid in andere dorpen en steden. Gingen naar andere scholen. Bezochten andere landen, hadden en hebben andere liefdes, andere passies, andere auto’s, andere huizen, andere broers en zussen.

Toch zijn we voor de wet gelijk. Dat betekent dat de wet deze verschillen buiten beschouwing moet laten als het gaat om het verstrekken van voorzieningen, of het uitdelen van straffen als we de wet overtreden. Dat betekent dus niet dat de wet ons allemaal gelijk moet behandelen.

Maar in de praktijk kan niet iedereen zorg claimen. Immers, lokale professionals en bijvoorbeeld huisartsen gaan over de toegang tot de zorg. Zij kunnen bepalen wie wat nodig heeft, en zodoende maatwerk leveren, rekening houden met verschillen. Nu is er rond de decentralisaties iets ingewikkelds aan de hand. Veel rechten worden voorzieningen. Dat betekent dat je in letterlijke zin geen “recht” meer hebt op een traplift, of een scootmobiel, bijvoorbeeld, maar dat de gemeente moet bepalen of je er een krijgt of niet. In andere woorden, het recht op deze vormen van zorg, staat niet meer in de wet omschreven, en dus heb je er geen recht meer op. In dit land heb je immers alleen recht op iets als het in de wet staat omschreven.

De verschuiving van rechten naar voorzieningen heeft voordelen en nadelen. Het nadeel is dat u niet meer van te voren weet waar u aan toe bent. Immers, het ligt niet meer vast in de wet. Het voordeel is dat we niet allemaal hetzelfde aanbod krijgen, of dat nu werkt of niet (U bent 18 geworden, dus u krijgt geen Jeugdzorg meer!). Het voordeel is dus dat gemeenten voorzieningen beter op maat kunnen maken naarmate voorzieningen niet wettelijk zijn vast gelegd. Het nadeel is dat wij als burgers eerder overgeleverd zijn aan de willekeur van professionals. Immers, niet het recht, maar zij zullen samen met ons bepalen welke voorziening wij op maat nodig hebben.

Zijn we dan helemaal rechteloos of wetteloos? Nee. De wet bepaalt wel dat de gemeente een zorgvuldige afweging moet maken. En dat is ingewikkeld. Immers, waar rechten wettelijk vastliggen, kunnen formats en protocollen, beslisbomen en verstrekkingenboeken helpen met een zorgvuldige beslissing. Waar voorzieningen om maatwerk vragen, zal zorgvuldigheid vooral afhangen van de kwaliteit van het gesprek aan de keukentafel. Een gesprek dat iedere keer anders zal zijn, juist omdat mensen verschillen.

Als de transitie ergens over gaat, dan gaat het over het leren voeren van zorgvuldige gesprekken over de vraag wat wij als burgers nodig hebben, en wat de gemeente ons moet bieden. Er zijn twee zaken die een zorgvuldig gesprek in de weg staan: professionals die denken dat die gesprekken op een standaard manier gevoerd kunnen worden. En burgers die denken dat ze recht hebben op voorzieningen. Vooral omdat beiden dan met verkeerde verwachtingen het gesprek in gaan. Maatwerk betekent immers ook, dat de buurman iets anders, iets beters, of meer voorzieningen kan krijgen dan u. Andersom kan het natuurlijk ook. We zijn ongelijke gevallen en we hebben het recht om ongelijk behandeld te worden naarmate we verschillen.

Auteur(s):  Albert Jan Kruiter, Harry Kruiter, Eelke Blokker, Renée Frissen, Cher Steinfeld, Bram Eidhof

Gepubliceerd in:  Zorg en Welzijn

Datum van publicatie:  24 mei 2015