De Beleidsterm van het Jaar 2017! #BTvhJ

Waar we in het verleden Nietzsche, Wittgenstein en T.S. Eliot aanriepen om onze liefde voor taal en terminologie te onderstrepen, lijkt het niet meer dan logisch om die reeks in 2017 aan te vullen met drie Australische denkers. We kennen ze als ‘De Beegees’. Gebroeders Gibb, voor intimi. Ze schreven de volgende historische woorden:

“It’s only words, and words are all

I have to take your heart away

You think that I don’t even mean

A single word I say”

Beegees, 1967

Wie welke woorden precies gebruikt om wiens hart te veroveren, laten we aan uw verbeelding over. Politici die beleidsmakers proberen te verleiden? Of vice versa? Beleidsmakers, uitvoerders? Of gezamenlijk burgers? Het wantrouwen dat uit de tweede zin blijkt, baart ons vooral zorgen. Als liefhebbers der beleidsetymologie, als liefhebbers der publieke zaak. Zeker gezien uw inzendingen afgelopen jaar. De animo was groter dan ooit. De jury constateert dat de kracht van een robuuste beleidsterm aan inflatie onderhevig is. Dat zal een combinatie zijn van het aantal nieuwe beleidstermen dat het publieke levenslicht zag, maar ook van het gemak van het gebruik van nieuwe termen, in plaats van het hergebruik van bestaande termen. Ook in de wereld der beleidsterminologie zou de jury graag enige mate van duurzaamheid en hergebruik zien. Onze beleidstaal kan weliswaar niet zonder vernieuwing, maar een te vluchtig gebruik van taal leidt tot wantrouwen. Wij delen die observatie met de Beegees. Vele termen uit eerdere jaargangen van deze uitreiking waren binnen een half jaar weer uit zwang. Wie herinnert zich koeienexplosie, startstreepmutaties, of ontschaping nog? Exact.

Hoe dan ook. U participeerde volop. Maar u nomineerde ook vele termen, die reeds in andere jaren op het nietsontziende netvlies van onze beleidsjargonista’s terecht kwamen. Maar ‘rechtspositie dieptevraag’, ‘hobbyvogels’, ‘tele-dermatologie’ de ‘vergewisplicht’ ‘verwonderadressen’ en de immens populaire ‘zelfredzaamheidsmatrix’ verdienen het om genoemd worden. Opdat wij niet vergeten.

Daarnaast viel het de jury op dat een deel van de genomineerde termen een hang naar standaardisatie in tijden van diversiteit en maatwerk lijken uit te drukken: ‘Zorgclustermodel’, ‘Kloonpolis’ (zie ook onder), ‘Basispad’, ‘Doorsneesystematiek’ en natuurlijk de ‘Harmonisatiekarakteristieken’. Om van ‘De wasstraat’ nog maar te zwijgen: Je kan kiezen uit 4 programma’s voor het reinigen, eventueel met onderkant wassen en glimpoets. En dan komt je wagen er weer blinkend uit. Duur, maar efficiënt. Alleen is je auto altijd net niet helemaal schoon. Die waarschuwing wil de jury bij deze afgeven.

Hoe dan ook, de jury kwam tot de volgende shortlist:

Transparantiekalender
Een kalender om duidelijk te maken wie, wanneer, welke gegevens moet aandragen om in de toekomst transparantie te kunnen garanderen (vooralsnog is ons geen kalender bekend waarop staat wanneer wat transparant gemaakt wordt).

Kloonpolis
Net als transparantiekalender een heerlijk assonantie-rijke term. Het oor wil ook wat, ten slotte. De term drukt uit dat verzekeraars onder verschillende noemers, dezelfde polissen aanbieden (met andere service). Zo is marktwerking niet bedoeld, natuurlijk.

Ondermijningsbestrijdingfonds
Spreek het hard op uit, en proef die zweem van binnenrijm die over uw tong streelt. Het is bijna jammer dat ‘fonds’ er nog aan vastgeplakt is. Verder drukt het exact uit wat het is. Een zeldzaamheid bij een nominatie. Een fonds om ondermijning te bestrijden. Punt.

Tariefopstapje
Bekend van ‘maakt u wel optimaal gebruik van uw tariefopstapje VPB in 2018?’ Met name het verkleinde ‘je’ achter het zelfstandig naamwoord ‘tariefopstap’ (op zich ook nominatiewaardig’) maakt het een oer-Hollandse beleidsterm. Het opstapje drukt ook maar twee keer modaal uit ten slotte.

Netflix-tarief
Netflix als inspirator voor de WMO-financiering. In 2017 kan het gewoon! Het ‘Netflix-tarief’ moet de eigen bijdrage vervangen door een vaste bijdrage voor iedereen. Of je nu veel series kijkt, of niet.

Bekwaamheidsdeskundige
Net als indiener en oud-winnaar Louis Teunissen verwonderde de jury zich zeker de helft van de haar toebemeten tijd over het pleonastische karakter van deze term. In een poging tot nadere definitie, kwam de jury niet verder dan: diegene die in bezit is van een bekwaamheidsverklaring (niet te verwarren met een diploma).

De opmarsdas
Na de probleembever en de terreuroehoe, het wolvenprotocol en het potvisprotocol, mogen we nu ook De Opmarsdas tot het zoölogische deel van het beleidslexicon rekenen. De das is in opmars. Deze term drukt dat uit. Overigens is niet iedere das een opmarsdas, maar dat terzijde.

Remplaçantenmakelaar
Nu de huizenmarkt op slot zit, richten makelaars zich blijkbaar ook op remplaçanten. Remplaçant komt van het werkwoord remplaceren. De rest is gesneden koek, dunkt ons.

Wederopbouwbalkons
Balkons die binnenkort weder (op) gebouwd moeten worden. Vroeger was blijkbaar niet alles beter.

Pilot Persoonsgericht Executie
Voordat u massaal in de pen klimt, heeft iets met geld en schulden te maken.

Flexnomaden
Een soort hervestigingsnomaden, alleen dan op de arbeidsmarkt. Komt soms in combinatie voor.

Maar er kan er maar een de winnaar zijn. De beleidsterm van het jaar 2017 is: Valboete. De jury moet zich tot het uiterste beheersen om niet te vervallen in een exposé over valboete, boeteval, zondeval, valzonde, erfzonde, schuld en boete, en boeteschuld, de term ‘valboete’ spreekt voor zich. Daar hebben we Dostoevsky, de bijbel en Weber niet voor nodig. Valboete dus. Een boete die mensen schenen te krijgen, als ze hun alarmknop gebruikten als ze gevallen waren, maar die bij navraag door de minister van VWS zelden concreet geïnd leek te worden. Ook waren er bij de NZA geen meldingen binnen gekomen. Toch bleken ze in de buik van de bureaucratie eind december wel degelijk geïnd te worden.

Tevens sprak de minister de wens uit dat de term niet ‘De Van Dale’ zou halen. Edoch, bij deze is het de beleidsterm van het jaar 2017. Niet omdat de jury valboetes toejuicht, integendeel. Maar omdat de term symptomatisch is voor de identiteitscrisis waar de publiek zaak in verkeert en waar de ruïnes van New Public Management, dogmatische zelfredzaamheidsideologie, hypersymboolpolitiek en eigengereid individualisme leiden tot performatieve termen waar het Thomas Theorema een puntje aan kan zuigen en waardoor de res publica het onderspit delft. ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’ En daarmee is de valboete exemplarisch voor alle nominaties. Ze drukken uit dat we zoekende zijn. Naar nieuwe verhoudingen tussen politiek, beleid en uitvoering. Naar een evenwicht tussen paternalisme en laissez faire. Naar nieuwe verhoudingen tussen collectief en individu. De nominaties getuigden daar, voor wat de jury betreft allen van. Daarmee gaan we inderdaad in tegen de Beegees-doctrine. It’s more than words, zouden we willen amenderen. Maar goed. Ander decennium, andere band. Andere broers.

En daarmee sluiten we dit juryrapport af. We feliciteren Rina Beers met haar nominatie van de beleidsterm van het jaar. Het grote IPW-prijzen pakket komt snel je kant op! Over de uitslag kan worden gecorrespondeerd via #BTVHJ (twitter).

Rest ons u als liefhebber van beleidstaal te wijzen op het speciale transformatielexicon dat we ontwikkelden met 50 termen die specifiek over de transformatie in het sociale domein gaan: http://publiekewaarden.nl/transformatie-lexicon-2017/

De anonieme en bevooroordeelde jury

Beleidsterm van het jaar 2014

De Tafel

Hoe zal 2014 in de toekomstige analen der etymologische beleidsterminologie verschijnen? Een pre-decentralisatiejaar? Een pro-transitiejaar? Een contra-transformatiejaar? Het Slotjaar Van Het Verzorgingsstatelijke Ancien Régime? Het Startjaar Van De Lokale Verzorgingsstaat? We zullen geduld moeten betrachten. Maar als 2014 ook maar een fractie van het legendarische gehalte krijgt dat het IPW nu al toedicht aan de opvolger van 2014 (2015), dan zal een deel van die legendarische zweem afstralen op 2014. Kortom, een bijzonder jaar waarin tal van nieuwe begrippen het levensjaar zag, of substantiële betekenis kreeg. Het aantal nieuwe woorden en betekenissen dat de publieke zaak in mist hulde, maar ook verfraaide, was van dien aard, dat we er een speciaal Decentralisatielexicon aan wijden in Zorg en Welzijn.

Wat rest is het benoemen van De Beleidsterm van Het Jaar of #BTvhJ, voor onze twittervrienden. Zoals ieder jaar is de jury vanaf de herfst bezig geweest met het samenstellen van een groslijst waarover niet gecorrespondeerd kan worden, en waar het uiteraard zeer moeilijk uit kiezen was. De jury lette dit jaar op het goede (hebben we er iets aan?), het ware (is de term niet zelf verzonnen?) en het schone (kan de term de esthetische toets der kritiek doorstaan?) van de beleidsterm. Vele pareltjes sierden vervolgens de groslijst. Wat dacht u bijvoorbeeld van:

Vaatdoekje: Bron van bacteriën, drager van volksepidemieën, dient volgens Minister van Volksgezondheid iedere dag verschoont te worden.

Ontdubbelen: Beleidsjargon voor zaken niet dubbel doen, en zeker niet tegelijkertijd.

Brug-ww: Een soort van WW die de brug tussen WW en werk moet vormen. Een WW-brug, zeg maar.

Zelfparticipatie: samentrekking van zelfredzaamheid en participeren. Schoolvoorbeeld van doorgeslagen beleidsretoriek.

Meester-gezel systeem: Door Koning in troonrede als innovatie gepresenteerde eeuwenoude leermethodiek.

Doucherecht: Recht om te mogen douchen in een huis waar je woont om verzorgd te worden.

Loketvaardig: Bureaucratische term die het mogelijk maakt om het slecht functioneren van publieksdiensten op burgers af te schuiven.

Schijnzelfstandige: Iemand die volgens de belastingdienst zelfstandig schijnt te zijn.

Bestedingslicht: De plicht voor gemeenten om geld uit te geven dat ze van het Rijk krijgen onder het mom van “meer ruimte voor de gemeente”

Exclusiecriteria: Criterium dat er voor zorgt dat de sterftecijfers van ziekenhuizen die geen sterftecijfers kunnen produceren niet meetellen bij het vaststellen van de sterftecijfers, dan wel de “alternatieve sterfte cijfers” (ook bijna op de groslijst).

Maar als er één term uitspringt in 2014 dan is het wel de term “Tafel”. U nomineerde allerlei soorten en maten tafels. Keukentafels, WMO-tafels, WMO-keukentafels, Regietafels, Regiotafels, Aanbestedingstafels, Zorgtafels, Inkooptafels, Overlegtafels, Decentralisatietafels, Wetgevingstafels, Participatietafels, Buurttafels, Wijktafels. Alleen de rijsttafel ontbrak.

Dat deed de jury besluiten om verdere studie te verrichten naar de term “tafel”. Waarom zo’n overweldigende hoeveelheid tafels in het publieke domein in 2014? Laten we terug gaan in de geschiedenis. De Romeinen gebruikten het woord Tabula (latijn). Daar stamt ons woord Tafel vermoedelijk van af. We kennen het natuurlijk van Tabula Rasa. Een leeg vlak dat nog ingevuld kan worden. Zo is ongetwijfeld door een aantal publieke professionals tegen de decentralisaties aangekeken, maar dat bleek al snel niet met de werkelijkheid overeen te stemmen.

De tafel is historisch vooral bekend geworden door Koning Arthur en zijn beroemde ridders die samen kwamen aan een ronde tafel. Die tafel was rond omdat dan niemand aan het hoofd kon zitten. De tafel drukte zogezegd de gelijkwaardigheid van de gesprekspartners uit. Ieder inbreng deed er toe. (Wat de jury zich deed afvragen of de WMO-keukentafels ook rond zijn, maar dat terzijde).

Dat ideaal is verder gestold in de vele “ronde-tafel”-conferenties die overal ter wereld, alsmede hier ter lande, gehouden worden. Dat ideaal verklaart volgens de jury tevens de opmars van het begrip tafel. Immers, in de ongekende belangenstrijd die we de decentralisaties noemen, vinden zorgaanbieders, zorgvragers, gemeenten, verzekeraars, de Rijksoverheid, welzijnsinstellingen, etc het waarschijnlijk een fijn idee dat niet een partij de volledige regie in handen heeft. De tafel helpt bij het in stand houden van die illusie.

Om een lang verhaal kort te maken: de jury heeft de mooiste genomineerde tafel uitgekozen. Het is daarom met verwondering, verbazing en uit liefde voor de publieke zaak dat de Jury als beleidsterm 2014 benoemt:

Brede Regietafel Jeugd

Het is niet zomaar een tafel! Het is een brede tafel (er kunnen veel mensen aan zitten), het is een Regietafel (daarom is de tafel waarschijnlijk niet rond, maar breed. Er zit een “hoofd” aan de tafel) en het gaat ergens over aan de tafel! (jeugd).

Wij feliciteren wederom Maarten Bening met het nomineren van de term. Het IPW-verrassingspakket zal snel (echt!) naar je toekomen!