De verzorgingsstaat van de toekomst heeft niet zozeer lokale ruimte om te functioneren nodig, maar ruimte om zich lokaal te ontwikkelen. Die ontwikkeling zal eerder permanent dan tijdelijk zijn. Daarom is een dynamische relatie tussen Rijk en gemeenten vereist. Een relatie waarin beide overheden zich inzetten om vanuit de wens om maatwerk in de uitvoering te realiseren, het gelijkheidsbeginsel opnieuw vorm te geven.

Alleen vanaf de werkvloer kunnen professionals leren, wanneer het maken van uitzonderingen werkt en wanneer niet. Alleen op de werkvloer kan geleerd worden welke ongelijke gevalleen ongelijk zijn en aldus ongelijk behandeld kunnen worden. Het is vervolgens aan de politiek om deze manier van werken, al dan niet, te legitimeren. Los van de vraag of het werkt. Maar vooral vanuit de vraag wat de politiek wil qua doelmatigheid en solidariteit bijvoorbeeld. Vervolgens kunnen beleidsmakers de politieke legitimatie expliciteren en omzetten in nieuwe doelen, regels procedures en protocollen.

Kortom: alle roep om ruimte is prematuur zolang het geen expliciete roep om ruimte voor ontwikkeling is. Niemand weet nog precies hoe de nieuwe zorgarrangementen er uit gaan zien. Of hoe effectief ze zijn. Of hoe efficiënt. Dat moeten instellingen en overheden gezamenlijk ontwikkelen. Dat kan alleen als het Rijk gemeenten daartoe voldoende ruimte biedt en gemeenten op hun beurt de uitvoerders. Maar daar hoort ook bij dat de weg terug van uitvoerder naar gemeenten en van gemeenten naar Rijk ontwikkeld wordt. Want maatwerk en willekeur zijn twee kanten van dezelfde medaille. En dat vereist politieke legitimatie.

Op verzoek van de G32 schreef het IPW “Van 3 decentralisaties naar 3-dimensionaal: 
een pleidooi voor ruimte.” Het is hier te vinden in PDF.

Auteur(s):  Albert Jan Kruiter, Eelke Blokker, Harry Kruiter

Gepubliceerd in:  G32

Datum van publicatie:  17 juni 2013