Het is eindelijk 2015! De decentralisaties zijn een feit. Op papier, althans. Na jaren plussen en minnen kunnen we eindelijk beginnen. De noodklokken hebben hun waarschuwingen laten luiden en de voorstanders hun geloof fel verdedigd. De praktijk is nu aan zet om te laten zien wat werkt, en wat niet. Kunnen we de zorg lokaal werkelijk goedkoper en beter organiseren? Dat is de hamvraag die ‘het voorveld’, ‘de toegang’ en ‘de samenleving’ moeten beantwoorden. Deze decentrale drie-eenheid moet er voor gaan zorgen dat burgers meer zelf gaan doen, minder zorg consumeren en vooral niet achter de toegang, in de tweede lijn terechtkomen. Dat is zo ongeveer de kern van het beleidsgeloof achter de decentralisaties.

Niet alleen nationale en lokale politici en beleidsmakers, maar ook professionals en burgers lijken dit geloof te ondersteunen. Ten minste, dat halen we uit de laatste Zorgmonitor van TNS-NIPO. TNS-NIPO vroeg burgers en professionals hoe zij het zorgbudget in Nederland zouden verdelen, als ze op de stoel van de minister zouden zitten. De helft van de groep moest tien procent bezuinigen. De andere helft mocht juist tien procent meer uitgeven dan nu het geval is. Van de groep die het met minder moest doen gaven de burgers 12,6% minder aan tweedelijnszorg uit en professionals maar liefst 15,6% minder. Daardoor konden ze meer aan andere vormen van zorg besteden en toch bezuinigen. Maar ook de professionals die meer geld mochten uitgeven, bezuinigden 5% op de tweede lijn ten gunste van andere zorgvormen. Burgers hielden het budget in dit scenario gelijk.

Het is jammer dat we uit de monitor niet kunnen aflezen hoe professionals en burgers de bezuinigingen mogelijk denken te maken. Ook kunnen we helaas niet zien hoeveel van deze professionals zelf achter de tweede lijn werken. Feit blijft wel dat er een breed gedragen beleidsgeloof is in een goedkopere en kleinere tweedelijnszorg. Dit geloof biedt hoop maar vormt ook een gevaar. Want waar is het geloof in de scheppende kracht van de tweede lijn? In haar mogelijkheid om mensen beter te maken? In haar curatieve kracht die, jawel, verdere zorgkosten voorkomt? Kortom, waar is het geloof in de preventieve werking van de tweede lijn?

Wij zijn bang dat dit geloof in het geweld van de decentralisaties een beetje zoek is geraakt. Dit was misschien noodzakelijk om de veranderingen in gang te zetten. Het is ook zaak de balans weer te herstellen. Met alleen het geloof in de drie-eenheid voorveld, toegang en burger gaan gemeenten er niet komen. Een te eenzijdige focus op het terugdringen van tweedelijns zorggebruik maakt dat we onvoldoende leren over wat nu echt werkt. Toegang tot de tweede lijn is geen probleem, het is onderdeel van de oplossing. Althans dat zou het moeten zijn.

Om het geloof in de tweede lijn te herstellen pleiten wij voor een diagnose van de oplossing, in plaats van een diagnose van het probleem. Daarbij gaat het niet over de vraag of je ziekte of beperking erg genoeg is om toegang te krijgen. Het gaat over de vraag wat de tweedelijnsvoorziening bij gaat dragen aan de oplossing. En dan niet alleen aan de oplossing van het specialistisch gediagnostiseerde probleem, maar aan de oplossing zoals de burger die voor zich ziet. Voor zijn problemen. Zoals de burger die straks samen met professionals in wijkteams of aan keukentafels leert vaststellen.

Is dat niet naïef? De burger die de lead krijgt in haar eigen diagnose van de oplossing? Wij denken van niet. Volgens ons is het geloof in de burger de enige manier voor de tweede lijn om het geloof in haar zelf te herstellen. Zolang dit geloof niet wordt hersteld, blijven we(de democratische samenleving) daar bezuinigen. Dat laten de wensen van professionals en burgers in de Zorgmonitor duidelijk zien.

Auteur(s):  Albert Jan Kruiter, Harry Kruiter, Eelke Blokker, Renée Frissen, Cher Steinfeld, Bram Eidhof

Gepubliceerd in:  Zorg en Welzijn

Datum van publicatie:  25 januari 2016