Wijkteams leren steeds beter om burgers in hun eigen omgeving hun eigen oplossing in handen te geven. Dat zien wij graag. Want het grootste deel van de mensen die ergens de overheid voor nodig heeft, weet heel goed wat die oplossing moet zijn. Niet alleen de mensen die een dakkapel willen, maar ook gezinnen met veel problemen. Om die burger serieus te nemen proberen professionals in de wijk zoveel als mogelijk naast de burger staan. Om op die manier de zelfredzaamheid van burgers maximaal te benutten.

Maar in de decentrale uitvoeringspraktijk is zelfredzaamheid een toetsingsinstrument geworden. Zelfredzaamheid is nodig om toegang te krijgen tot bepaalde zorg of ondersteuning. Om bijvoorbeeld in de schuldsanering te komen moet iemand vooraf laten zien dat hij of zij gemotiveerd is en zelf de administratie kan bijhouden. Wat heeft het immers voor zin om iemand toe te laten tot een traject dat om veel zelfdiscipline vraagt, als de kans groot is dat hij binnen een jaar weer uitvalt?

Maar wat nu als iemand wel zelfredzaam is, maar nu even niet? In het noorden van het land ontmoetten we een zelfstandige, mondige, slimme vrouw. Zij zette een aantal kledingzaken op, terwijl ze als alleenstaande moeder voor haar zoontje zorgde. Maar ze kreeg een miskraam. En de zaken die ze opzette gingen failliet. Toen ze met grote schulden aanklopte bij het wijkteam was ze uitgeput, in slechte gezondheid, en kreeg ze door de stress geen rust in haar hoofd. Het wijkteamlid stond meer dan een jaar naast haar, terwijl mevrouw haar map op orde moest krijgen. Daar zou ze in theorie toe in staat moeten zijn. Steeds was de map bijna gereed, maar ontbrak er een formulier, of was het overzicht niet recent genoeg. Mevrouw begon er steeds minder van te begrijpen. Waarom konden ze niet direct met die sanering beginnen? Of zelf even die map op orde brengen? Op deze manier bleven haar schulden en haar zorgen alleen maar oplopen. En haar gezondheid ging achteruit.

Haar schulden en gezondheid maakte haar tijdelijk niet zelfredzaam. En daarom zocht ze hulp. Maar om toegang te krijgen tot het instrument dat haar weer zelfredzaam zou kunnen maken, moest ze al een voorschot kunnen nemen op die toekomstige zelfredzaamheid. Zo wordt zelfredzaamheid een dogma. Iemand is zelfredzaam, of niet. En op die manier blijft er geen ruimte over voor een fluïde begrip van zelfredzaamheid. Waar het een eigenschap is die iemand ook een tijdje kwijt kan zijn, en juist daarom ondersteuning nodig heeft. Met als resultaat dat mensen als de alleenstaande moeder in de draaideur van het voorportaal van de schuldhulpverlening komen vast te zitten.

Door op zulke momenten naast iemand te staan helpt de professional de burger net niet. Ondanks dat iemand in principe zelfredzaam is, kan het heel zinnig zijn om het een paar maanden volledig van iemand over te nemen. Zodat die persoon daarna weer zelfredzaam kan zijn.

Deze column verscheen eerder in Zorg+Welzijn