De kern achter het idee van het pgb was ooit hetzelfde als de kern van het idee achter de wijkteams: het mogelijk maken van maatwerk. En net als bij de wijkteams zat daar ook bij de pgb’s de gedachte achter dat maatwerk goedkoper zou zijn, en beter bij de vraag van mensen aan zou sluiten.

Die gedachte leek logisch: pgb’s waren goedkoper dan zorg in natura. Maar er gingen meer mensen gebruik van maken dan gedacht, dus uiteindelijk was de Rijksoverheid wel meer geld kwijt dan gepland. Dus op microniveau was het pgb goedkoper, maar op macroniveau was het duurder.

En dus werden de voorwaarden om een pgb te krijgen steeds strenger, en de verantwoordingseisen steeds strikter. En zo volgende bureaucratie waar ooit ruimte om maatwerk te leveren de bedoeling was.

Zal het met de teams ook zo lopen? Veel gemeenten hebben de gedachte omarmd dat de teams in ontwikkeling zijn, maar Raadsleden worden steeds ongeduldiger:” Werkt het? Wat zijn de eerste resultaten? Wordt er wel genoeg doorverwezen? Ontstaan er al wachtlijsten?”

De verleiding is groot om die gegevens kwantitatief te gaan verzamelen. Niet het gesprek met het wijkteam over de manier waarop ze maatwerk leveren staat dan centraal, maar een format waar ze op ze aangeven wat ze precies op welk moment hebben gedaan.

En iedere minuut, of ieder half uur dat hulpverleners bezig zijn met het invullen van die verantwoordingsinformatie kan niet aan zorg of hulpverlening besteed worden. Bovendien stilt dergelijke verantwoordingsinformatie zelden de honger naar kennis. Rapportages zullen nieuwe vragen oproepen, en nieuwe formats produceren.

Uiteindelijk zal dat ten koste gaan van de ruimte van de teams. Wat te doen? Immers, waar publieke geld wordt uitgegeven is enige mate van publieke verantwoording wel gewenst. Wat we in ieder geval van de pgb’s kunnen leren, is dat vragen om ruimte en maatwerk, terwijl het verantwoordingssysteem gestandaardiseerd en gebureaucratiseerd is, vaak ten koste gaat van de mogelijkheid om maatwerk te leveren.

Anders geformuleerd: Wie vraagt om innovatie, zal ook de manier van verantwoorden moeten innoveren. Daarom lijkt het ons goed om te experimenteren met wijkgebonden budgetten. Wijkteams krijgen dan een budget dat naar inzicht van de wijkteams in de wijk geïnvesteerd mag worden.

Daarbij leggen we vast dat de wijkteams een keer per kwartaal in een gesprek met gemeente, aanbieders en wijkbewoners, vertellen wat ze met het geld gedaan hebben, en wat het resultaat was.

Niet alleen omdat het voor het leveren van maatwerk belangrijk is om maatwerkbudget te hebben, maar ook omdat we moeten leren om “verantwoording” zo in te richten dat het juist niet ten koste gaat van de mogelijkheid om maatwerk te leveren.

Als we dat nalaten, voorzien we voor de wijkteams een zelfde ontwikkeling als met de pgb’s. Gestaag zullen we ze dan in een bureaucratisch web weven, tot de mogelijkheid om kleinschalig maatwerk te leveren verdwenen is. Met Wijkgebonden Budgetten kunnen we dat wellicht voorkomen.

Auteur(s):  Albert Jan Kruiter, Harry Kruiter, Eelke Blokker, Renée Frissen, Cher Steinfeld, Bram Eidhof

Gepubliceerd in:  Zorg en Welzijn

Datum van publicatie:  24 juli 2015