Veel wijkteamleden hebben het in dit legendarische transformatiejaar zo druk met individuele casuïstiek, dat ze nauwelijks aan collectieve oplossingen toekomen. Terwijl dat vaak wel de bedoeling was. Wijkteams zouden niet alleen individuele wijkbewoners helpen, maar ook collectieve, gezamenlijke oplossingen voor ze ontwikkelen en organiseren. Maar de praktijk is dwingend: individuele problemen zijn vaak urgenter en behoeven op korte termijn een oplossing, dan collectieve problemen. Concreet: iemand die snel een schuldhulpverleningstraject nodig heeft, voordat ze uit huis wordt gezet, heeft voorrang op het plannen van de organisatie van de bingo avond voor eenzame ouderen in de wijk.

Daar komt een ander probleem bij. Beleids- en plannenmakers hebben nauwelijks mogelijkheden om te anticiperen op de logica van de wijkteams. Ze ‘zien’ letterlijk andere zaken. Wijkteams zien bijvoorbeeld veel jongeren met schulden in hun wijk. Maar beleidsmakers die in hun informatiesystemen op zoek gaan naar informatie over de wijk, zullen heel iets anders zien.

Dat komt omdat de manier waarop we informatie verzamelen over wijken en bewoners niet helemaal mee gegaan is in ‘de transitie’. Natuurlijk willen we teams in de ‘lead’ zetten, frontlijn sturen en ‘Bottom-up’ werken, maar veel informatie en data verzamelen we nog Top Down. En inderdaad, vaak nog precies zoals we dat voor 1 januari 2015 deden volstrekt verkokerd.

Dus terwijl de teams integraal en ontkokerd werken, verzamelen we op beleidsniveau de informatie op een verkokerde manier. Waar het team een dakloze jongere met schulden, zonder diploma en een verslaving ziet, zien beleidsmakers iets anders. Sommigen zien dat de jongen niet naar school gaat (afdeling onderwijs), anderen zien dat hij verslaafd is (zorg), weer anderen zien dat hij dakloos is (huisvesting), of schulden heeft (sociale dienst).

Als een team aangeeft dat er veel jongeren met schulden, zonder dak boven hun hoofd zijn in een wijk, kunnen beleidsmakers dat moeilijk checken op basis van digitale gegevens. En digitale gegevens waren en zijn het basisbestanddeel van beleid.

Het gevolg is dat wijkteamleden niet alleen nauwelijks tijd hebben om collectieve oplossingen te bedenken voor problemen die vaker voorkomen, het gevolg is ook dat als ze een collectieve oplossing voorstellen, beleidsmakers het probleem nauwelijks kunnen herkennen. Vaak is een deadlock tussen teamleden en beleidsmakers dan het gevolg.

Veel gemeenten willen van duurdere individuele trajecten naar collectieve goedkopere voorzieningen. Het zou logisch zijn om de wijkteams te vragen, waar die kansen liggen. En zo lang het informatiesysteem nog niet ontkokerd is, lukt dat alleen als we de op de kennis en inzichten van de teamleden vertrouwen.

Dus bottom-up beleidsontwikkeling vraagt om kennis van de omvang van nieuwe probleemgroepen die wijkteams tegenkomen,  maar we hebben alleen kennis van doelgroepen die we altijd benoemd hebben. We moeten de transformatie aanwenden om wijkteams de nieuwe doelgroepen te laten definiëren. Dat is een noodzakelijke voorwaarde om bottom up beleid te ontwikkelen.

Auteur(s):  Albert Jan Kruiter, Harry Kruiter, Eelke Blokker, Renée Frissen, Cher Steinfeld, Bram Eidhof

Gepubliceerd in:  Zorg en Welzijn

Datum van publicatie:  23 september 2015