IPW

Bestaanszekerheid is back

Maar waar was het eigenlijk gebleven?

Waar zijn we bestaanszekerheid kwijtgeraakt?

Inmiddels is het warme pleidooi voor meer bestaanszekerheid niet meer weg te denken uit het publieke debat. Een nieuwe beleidsterm lijkt geboren. Maar het vreemde van deze nieuwe beleidsterm is: hij staat gewoon in grondwet. We hebben al bijna veertig jaar het recht op bestaanszekerheid. Wat is er met dat recht gebeurd?

Het absolute topjaar van onze verzorgingsstaat was 1984. Toen werden de sociale grondrechten verankerd in de grondwet. We kregen het recht op wonen, het recht op onderwijs, het recht op zorg en het recht op bestaanszekerheid. De wetgever wilde niet langer dat de voorzieningen achter deze rechten als een soort gunst gezien konden worden. Nederlanders zouden niet meer afhankelijk moeten zijn van gunsten van overheid of charitas. Ook zouden er geen voor-wat-hoort-wat ideeën rond deze voorzieningen moeten ontstaan. Die principes waren zo belangrijk dat we deze rechten in de grondwet vastlegden.

Maar 1984 was om nog een andere reden het absolute topjaar van de Nederlandse verzorgingsstaat. In dat jaar kreeg 38 procent van de beroepsbevolking een uitkering. Achtendertig procent! 11 procent zat in de bijstand. 7 procent in de WW en bijna 20 procent in de ziektewet. Het geloof in de kracht van de verzorgingsstaat en het recht op bestaanszekerheid was in die tijd groot. Maar het werd ook duidelijk dat dit niet veel langer te betalen was. Er moesten meer mensen aan het werk en uit de uitkeringen. Daardoor ontstond er naast het geloof in bestaanszekerheid ook een heel nieuw beleidsgeloof: mensen moesten minder makkelijk toegang kunnen krijgen tot uitkeringen en mensen in de uitkeringen moesten het iets oncomfortabeler krijgen. Dan zouden ze sneller weer gaan werken, zo was de gedachte. We gingen als het ware bestaans-on-zekerheid creëren om mensen aan het werk te helpen.

Veertig jaar Bestaans-ON-zekerheid beleid

De eerste jaren werkte het beleid goed. Tussen 1984 en 2000 daalde het aantal mensen met een uitkering van 38 procent naar 24 procent. Bijstandsuitkeringen daalden zelfs van 11 procent naar 4 procent. Maar op dat niveau zitten we eigenlijk nog steeds. De laatste twintig jaar schommelt het percentage zo rond de 20 procent, afhankelijk van het economisch tij. Maar in die twintig jaar is het beleidsgeloof amper aangepast. De wetgever bleef met maatregelen komen die uitgaan van het strenge beleidsgeloof en van bestaans-on-zekerheid. Terwijl het niet meer lukte om heel veel meer mensen aan het werk te krijgen, bleven we de toegang moeilijker maken en voorzieningen versoberen.

  ‘In twintig jaar is het beleidsgeloof amper aangepast.’

In 1996 werd al het recht op een uitkering voor jongeren tussen 18 en 21 jaar uit de wet geschrapt. Ook kregen gemeenten beleidsvrijheid om mensen op hun uitkering te korten. Omdat ze bijvoorbeeld niet op afspraken verschijnen. Zo kunnen gemeenten mensen ‘straf geven’ tot onder het bestaansminimum. Hoe ze daarvan rondkomen of hun kinderen opvoeden is niet het probleem van de overheid maar vooral hun eigen van probleem. Maar ook in de recente jaren zijn er nog tal van bestaansonzekere aanscherpingen geweest. In 2013 werd de fraudewet aangescherpt met alle negatieve gevolgen van dien. In 2015 kregen we de kostendelersnorm in de Participatiewet. En sinds 2015 krijgen jongeren onder 27 jaar pas recht op een uitkering nadat ze een maand naar werk hebben gezocht. Daarnaast gingen steeds meer gemeenten hun beleidsvrijheid gebruiken om tegenprestaties voor een uitkering te eisen.

Insluiting is weer een gunst geworden

Inmiddels laat de Participatiewet en al het lokaal beleid eromheen zich lezen als één lange lijst uitsluitingscriteria. We hebben buitengewoon goed vastgelegd wie allemaal waarom geen recht op inkomensondersteuning heeft. En als er wel recht op ondersteuning is, ligt er duidelijk vast hoe laag die uitkering moet zijn. We zijn zo bang geworden dat mensen afhankelijk worden van voorzieningen dat we de toegang ertoe heel moeilijk en ingewikkeld hebben gemaakt. En omdat we de regels zijn blijven aanscherpen komen er steeds meer mensen en groepen die wel ondersteuning nodig hebben maar er geen toegang toe krijgen. Het laat zich raden dat de problemen bij deze mensen zich blijven opstapelen.

Het is dan ook niet gek dat de afgelopen tien jaar in het teken stond van maatwerk en van ruimte zoeken in de regels. Professionals in de uitvoering moesten in het woud van strenge regels ruimte vinden om mensen die dat echt nodig hadden toch voldoende te ondersteunen. Maar als je van de regels moet afwijken, voelt alles wat je doet al heel snel als willekeur. Waarom help ik dit gezin wel met extra inkomensondersteuning en tien andere gezinnen niet? Wanneer je als professional moet afwijken van de regels wordt het organiseren van bestaanszekerheid eigenlijk weer een gunst. Als burger ben je afhankelijk van de inzet en ruimte die professionals weten te vinden. En je bent letterlijk afhankelijk van de mate waarin je extra ondersteuning gegund krijgt. Want je hebt er geen recht op.

Back to bestaanszekerheid?

Na tien jaar maatwerk zijn we eindelijk waar we moeten zijn. Het gaat weer expliciet over bestaanszekerheid. Minister Schouten was al begonnen met een grondige reparatie van de Participatiewet. De meest recente bestaans-on-zekerheid-regels, zoals de zoektermijn voor jongeren, worden weer teruggedraaid. Mensen die echt inkomensondersteuning nodig hebben moeten weer makkelijker toegang kunnen krijgen, zo is de gedachte. We zijn dus op de goede weg. Zeker met de brede roep om bestaanszekerheid en aandacht in de troonrede.

Maar we zijn er nog lang niet. Bestaanszekerheid als buzzword is mooi. Maar we moeten het ook gaan organiseren. Dat wordt nog een hele opgave. Het Instituut voor Publieke Waarden heeft al tien jaar de missie om bestaanszekerheid en perspectief mogelijk te maken voor mensen die vastlopen in de bureaucratie. Al tien jaar lang kost ons dat de grootste moeite, omdat we feitelijk vechten tegen veertig jaar bestaans-on-zekerheid beleid. Of het nu gaat om inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, zorg, wonen of onderwijs: we komen eindeloos veel regels, protocollen en procedures tegen die mensen uit- in plaats van insluiten. Hierdoor is  het heel moeilijk om ze bestaanszekerheid te bieden.

Geloof + Actie & Onderzoek

Hoe komen we daaruit? Hoe organiseren we meer bestaanszekerheid? In ieder geval niet door beleid te maken zoals we de afgelopen vijfentwtintig jaar hebben gedaan: op basis van een politiek gevoel van rechtvaardigheid. We kunnen een grondrecht als bestaanszekerheid niet overlaten aan de onderbuik van politici of ‘signalen uit de bevolking’. Omgekeerd kunnen we bestaanszekerheid ook niet ontwikkelen op basis van het beleidsgeloof dat het per se iets goeds is en sowieso gaat werken. De verschillende doelgroepen die meer bestaanszekerheid nodig hebben zijn zo divers dat we moeten gaan leren wat, voor wie in welke mate werkt. We moeten actie en onderzoek gaan combineren. We moeten ruimte laten voor experimenten. We moeten het aandurven om af en toe iemand of een groep iets te veel te geven. Net als we hele groepen in het verleden iets te weinig hebben gegeven. Alleen moet deze keer onderzoek helpen om sneller bij te sturen. We moeten niet blind twintig jaar lang bestaanszekerheidsregels gaan maken.

 ‘Door te investeren in bestaanszekerheid 
ontstaat er weer rust.’

We moeten bestaanszekerheid gaan ontwikkelen en onderzoeken. Welke mate van bestaanszekerheid werkt voor wie? Die vraag moeten we de komende tien jaar zien te beantwoorden. En als een zekere mate van on-zekerheid voor bepaalde groepen goed werkt, dan laat goed onderzoek dat vanzelf zien. Maar alle gezinnen die wij de afgelopen tien jaar hebben geholpen laten één duidelijk patroon zien: door jarenlange onzekerheid over inkomen, wonen en zorg stapelen de problemen zich steeds verder op. Door te investeren in bestaanszekerheid ontstaat er weer rust, perspectief en de mogelijkheid om zelf aan dat perspectief te kunnen werken. Laten we dit soort onderzoeken verder voortzetten en toegang tot bestaanszekerheid verankeren in onze regels.

Bouw mee

Aan een bestaanszekere verzorgingsstaat.

Harry Kruiter

Oprichter | actieonderzoeker